Kattenkwaad in de oorlog
Interview Sabine Hübbers aangevuld met teksten van Eef Hübbers
“Onveilig is het om buiten te lopen, want links en rechts slaan de granaten in. Als opgroeiende knul trek ik me daar niet al te veel van aan en ben voortdurend op pad om te kijken wat die Duitsers allemaal aan het doen zijn,” zo schrijft Eef Hübbers (91 jaar) op zijn weblog waar hij zijn oorlogsverhalen vertelt. Eef is 7 jaar wanneer de Tweede Wereldoorlog begint. Tijdens de oorlog haalt hij dan ook het nodige kinderlijke kattenkwaad uit. “Ik heb het in die tijd voorzien op verrekijkers en pistolen die zo af en toe onbeheerd hier of daar achterlaten. De Duitse officieren hebben ook allemaal een dolk bij zich met als heft een hertenpoot; dat is ook leuk speelgoed!”
Eef woont in Huissen, waar zijn familie een winkel, een café en een bakkerij heeft. De eerste drie jaar van de bezetting heeft hij weinig last van het oorlogsgeweld. Toch drukt de bezetter ook in Huissen wel degelijk zijn stempel. Van tijd tot tijd marcheren er Duitse soldaten door de stad. Ook de anti-Joodse maatregelen, die al vanaf 1940 beginnen, gaan niet aan de jonge Eef voorbij. “’Voor Joden Verboden!’ staat er boven onze cafédeur vermeld. Het bordje schroeft mijn vader er na een paar dagen weer af en hij hangt het nooit meer op,” vertelt hij.
Maar er is ook een andere kant: de aanwezigheid van Duitse soldaten geeft Eef als jong kind unieke mogelijkheden tot kattenkwaad en lol trappen. Zo vertelt hij dat hij in mei of juni 1942 de geweren van twee Duitse manschappen in een kippenhok heeft verstopt toen die nietsvermoedend in de schaduw aan het uitrusten waren. Uiteindelijk neemt de inmiddels woedende Wehrmachts-onderofficier de verwoed zoekende soldaten schoorvoetend mee naar de verstopplek en haalt Eef de geweren tevoorschijn. “Mijn enge vrees wordt echter overstelpt door een hels gekakel van de verstoorde kippen en luid geschater van Duitse kant.” De man houdt het op een ‘Witz’ [grapje] en zegt dat als Eef wat ouder was geweest, hij een goeie zou zijn geweest voor de Hitlerjugend.
Op 13 mei 1943 wordt Huissen getroffen door een bombardement dat een deel van de binnenstad vernietigt. Vanaf 17 september 1944, de eerste dag van Operatie Market Garden, wordt het gebied getroffen door bommen en granaten. Maar de echte verwoestingen komen pas in oktober 1944 na het falen van de operatie. Het front stagneert in de Betuwe.
Er breekt een angstige tijd aan. Bombardementen en gebrek aan levensmiddelen zijn aan de orde van de dag. Veel Huissenaren slaan op de vlucht. Op 4 oktober wordt er tussen de beschietingen door een massagraf gegraven op het kerkhof van de stad om plaats te maken voor de vele doden die al zijn gevallen. Op 12 oktober schrijft Eef in zijn dagboek dat hij van zijn vader de schuilkelder niet meer mag verlaten. Dat vindt hij maar niks. “Ik moet er niet aan denken om er ook zo bleekjes uit te komen zien als al die anderen. […] Voor mij begint nu pas de oorlog!” Erg lang houdt hij het binnen dan ook niet uit. Op 16 oktober schrijft hij: “Er wordt minder op me gelet en daarom ga ik stiekem weer op pad.” Maar wat hij buiten aantreft, is schokkend. “Huissen is een spookstad geworden.”
De stad is inmiddels zo vernietigd dat er niet meer te leven valt. Op 19 oktober kondigt de Feldgendarmerie (de Duitse militaire politie) aan dat er de volgende dag een evacuatie zal plaatsvinden op last van de Duitse bezetter. Omdat Huissen nu midden in het frontgebied valt, kunnen de Duitsers niet meer instaan voor de veiligheid van de burgerbevolking. “De meeste mensen denken dat ze over een paar dagen weer kunnen terugkeren en zonder veel gemok gaat iedereen ermee akkoord!” schrijft Eef. Zodoende begint op 20 oktober zijn reis naar De Blesse in Friesland, waar hij zal blijven tot en met de bevrijding.
Zeven maanden na de evacuatie wordt Nederland bevrijd. Huissen is een van de zwaarst getroffen steden in het gebied. De stad wordt getekend door puinhopen en achtergelaten munitie. “Toch draait binnen de kortste keren op provisorische wijze alles weer,” vertelt Eef. Met de achtergelaten munitie weten hij en zijn vrienden wel raad. “Met de eerste en beste Oud-op-Nieuw na de oorlog hebben we met een hele ploeg Zandse jongens met een Duitse koelmitrailleur Oudjaar 1945 uitgeschoten.” In de krant staat daarna dat een boerenknecht in de omgeving het geknal heeft gehoord en heeft gedacht dat de oorlog weer opnieuw was uitgebroken!
Interview Sabine Hübbers aangevuld met teksten van Eef Hübbers
Door: Mette van der Elst en Luuk Huiden
Wil je het verhaal bekijken op de fysieke locatie? Plan je route en beleef het verhaal in Tiel. Of bezoek een van onze andere verhalen.